Maandelijks verzorgt Groei & Bloei Leidschendam-Voorburg een Groen-column: ‘Doen met Groen’. Daarin wordt steeds aandacht besteed aan een onderwerp dat op dat moment actueel is om in de tuin, het balkon of in huis te doen met groen.
Het is misschien wel het meest gekoesterde stukje grond van de Nederlandse tuin: het gazon. Strak gemaaid, egaal groen, zonder één sprietje dat uit de pas loopt. Een biljartlaken als ideaalbeeld. Dat gevecht kost avonden sproeien in droge zomers, veel maaien en bemesten en tóch die kale plekken, dat mos, die “ongewenste” paardenbloem. Maar wat als we nu eens anders naar ons gras gaan kijken? Zie het als een levend stukje natuur. Die madeliefjes, klaver en paardenbloemen, zijn geen onkruid, maar weidebloemen. Ze geven kleur, voeden bijen en hommels en maken van je tuin een mini-ecosysteem.
Door minder vaak en niet overal tegelijk te maaien, ontstaat er variatie. Schuilplekjes voor insecten. Voedsel voor vogels. Leven in plaats van leegte. En jij hoeft minder te werken en kunt meer van genieten van het gezoem en gefladder.
Er is meer winst: hoger gras houdt vocht beter vast, waardoor je minder hoeft te sproeien. Dat scheelt kostbaar drinkwater, zeker in steeds drogere zomers. Gras is bovendien een uitstekende natuurlijke CO₂-opnemer. Hoe langer de sprieten, hoe groter het effect.
Wie nog moet beginnen aan een gazon, kan het meteen anders aanpakken. Kies een plek met voldoende zonlicht en een goed doorlatende bodem. Onder bomen is het moeilijk om een groene grasmat te realiseren en kun je beter groenblijvende schaduwminnende bodembedekkers aanplanten. Denk ook na over de aanleg. Voor graszoden wordt veel water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt. Zaaien is een duurzamer alternatief, liefst met biologisch geteeld graszaad. Dat is veiliger voor insecten én voor de bodem. Niet elk gazon is hetzelfde. Wordt er op gespeeld? Geluierd? Rennen er honden overheen?
Stem het zaadmengsel af op het gebruik. En wie droomt van een bloemenweide, kan eenvoudig een mengsel van weidebloemen door het graszaad mengen. Zo ontstaat een levendig veld vol kleur en biodiversiteit.
Een goede start helpt: zorg vóór het zaaien voor een luchtige bodemstructuur en verwijder ongewenste kruiden. Zaai bij voorkeur in maart of april, of in het vroege najaar, bij temperaturen tussen 10 en 25 graden. Een aangekondigde milde regenbui is ideaal, liever geen stortregen, maar een zachte start.
Het is tijd om het idee van het perfecte gazon los te laten. Nu biodiversiteit onder druk staat en water schaars wordt, kan zelfs een simpele tuin een verschil maken. Dus laat het gras wat langer groeien en ontdek hoe rijk een “onvolmaakt” gazon kan zijn.